Hij is geen grote babbelaar, ik ben het tegenovergestelde en zorg voor voldoende achtergrondgeluid. Hij haalt me soms het bloed van onder mijn nagels, maar is de eerste om het ‘beeld zonder klank-moment’ te doorbreken. Hij durft al eens een halfuurtje ‘Jommekes-Spaans’ te spreken, en hij is de perfecte Kung-Fu imitator. Hij brengt een overload aan vrouwenboekjes mee van zijn werk, ook al laat ik die tot zijn grote ergenis rondslingeren in bed. Hij is een fantastische kok en een goeie gastheer. Hij brengt me tot rust en brengt me soms weer met mijn voetjes op de grond. Hij is een stille, maar lieve nonkel. Hij is een flauwe-moppentapper, zonder dat het irritant wordt. Hij zorgt ervoor dat ons huis geen rommeltje wordt en dat de afwas iedere avond gedaan wordt. Hij laat me iedere avond naar Thuis kijken, ook al vindt hij het oerbelachelijk. Hij doorspit reisgidsen en het internet voor we op reis vertrekken en is mijn persoonlijke gids. Hij weet bijna altijd een antwoord op mijn ‘Waarom’-vragen. Hij deed me stoppen met roken en overtuigt me iedere week om naar de fitness te gaan. Hij verbiedt me om verder dan vijf centimeter van hem in de zetel te zitten en ook ‘s nachts pakt hij me goed vast.
Hij… is het beste lief van de hele wereld!